Erdogans lachwekkende deadlines en de kracht van demonstranten


vrijdag 14 juni 2013

De Turkse premier Erdogan heeft grote moeite met het halen van zijn deadlines. Hij toept al dagen bij herhaling variaties op: nog 24 uur, en dan is het afgelopen met die protesten. Er zijn sinds één van de eerste van die aankondigingen, op woensdag 12 augustus, al bijna 48 uur voorbij gegaan – 48 uur van demonstraties waarvan het eind niet in zicht is. De premier, dreigt, hij bluft – en hij schuift. Zijn imago van onverzettelijkheid vertoont mooie barsten.

Dat laatste blijkt uit zijn huidige standpunt over het bouwproject in het Gezi-park, de aanleiding van de tot volksopstand protestbeweging. De regering heeft het project nu in de koelkast gestopt. Daar komt het uit nadat een rechtbank groen licht geeft. En dan komt er eerst nog iets van een een referendum. Dit werd bekend nadat Erdogan met mensen van de protestbeweging had gesproken. De hoop is ongetwijfeld dat deze uitstel-praat voldoende is om betogers tot vertrek van Taksim te bewegen. Maar de beweging richt zich allang niet meer mouter d tegen de sloop van dat park. Eisen omvatten intussen naast het behoud van het park ook het vertrek van voor politiegeweld verantwoordelijke functionarissen en het vertrek van de premier zelf. De knieval die de regering voor de protesten doet tussen al het traangas door, is opvallend.

Dat de regering niet oppermachtig is, en dus tenminste een tegemoetkomend gebaar maakt, is een product van twee weken fel protest. Dat heeft er kennelijk in gehakt, het heeft bijvoorbeeld veel politieagenten op de rand van een zeer nuttige uitputting gebracht. De Guardian heeft een prachtig klaagverhaal over de politie. Agenten zijn niet alleen doodmoe na twee weken tegenover demonstranten in de weer te zijn geweest. Ze mopperen ook. “Onze voedselvoorziening is erg slecht. Soms is er de hele dag niets te eten, soms is het eten erg slecht geworden.” De sanitair: “Er zijn geen toiletten, geen waskamers. We moeten het vragen aan hotels en winkels. Dat iss onaanvaardbaar.” Er is de moeheid: “We zijn allemaal volledig uitgeput. We hebben op deze manier moeten werken sinds de protesten begonnen twee weken geleden.” Dat registreert de Guardian-verslaggever bij een groep van 30 agenten van de oproerpolitie. “We zijn nu voor 56 uur aan één stuk door aan het werk geweest.”

Je zou haast medelijden krijgen, nietwaar? Maar mijn medeleven bewaar ik liever voor de demonstranten die tegenover hen staan. Zij staan immers vrijwel onbewapend tegenover het politietraangas, de schilden, de knuppels, de kogels en de politiebusjes, in een strijd voor vrijheid. De politie slaat die vrijheid neer. Dat agenten daar zelf een beetje moe van wordt en last hebben van slechte maag en beroerde sanitair is pech voor ze, maar een welkome verzwakking van de tegenstander die de politie immers is.

Interessant is wel hoe deze mensen hun werk momenteel zien. “Hoe kunnen wij de rechten van anderen nu respecteren als onze rechten niet worden gerespecteerd?” zegt er één. Ik zou dan zeggen: als ze jou niet respecteren, waarom laat je je intussen dan misbruiken tegen demonstranten? Maar dat is blijkbaar een brug te ver. Interessant is wel er volgens het Guardian-artikel in Turkije pogingen gedaan worden om een politievakbond op poten te zetten. Maar wie zich daarbij aansluit, krijgt problemen met de overheid. De staat gebruikt dus de politie om mensen die voor hun rechten opkomen neer te slaan. De staat zorgt ervoor dat leden van diezelfde politie die voor hun belangen proberen op te komen, ook worden gedwarsboomd. Het product is nu: een politieapparaat dat duidelijk tekenen van uitputting vertoont, en waarbinnen agenten – anoniem, uit angst voor gevolgen – hun onvrede uiten. Van grote woede tegen demonstranten is daarbij weinig te merken, van ergernis aan hun bazen bij de overheid een flink stuk meer. De staat heeft hier een zwakke plek. Misschien dat dit iets van doen heeft met het niet halen van Erdogans deadlines?

Dit betekent overigens helemaal niet dat de politie op het punt staat naar het opstandige volk over te lopen. Deze mensen zijn gewend en gedrild om orders op te volgen, het gemopper is strikt voor in de pauze. Bovendien zijn reguliere politievakbonden doorgaans bolwerken van reactionair e attitudes, vaak nog wat rechtser dan de politiechefs zelf. Kijk maar naar wat er uit een politiebond komt nadat er in Nederland een schiet- of schopincident plaatsvond: geen kritiek van buitenstaanders op de dienders, die hebben het al zo zwaar. Het zou een ernstige fout te zijn uit het bovenstaande af te leiden dat de politie een soort bondgenoot-in-spe van de strijdende bevolking is.

Het gaat om iets anders. De politie is na twee weken de uitputting nabij. De politie moet die malle deadlines van Erdogan maar af zien te dwingen, maar daar komt dus weinig van terecht. De repressie staat een heel stuk minder stevig dan al die wolken traangas en al die dreigende uiltimatums van de premier ons willen doen geloven. Nu maar hopen dat hij met zijn schijngebaren richting concessies niet alsnog slaagt waar zijn onderdrukkingspolitiek momenteel zo overduidelijk op een mislukking uitdraait. Heel erg veel zorgen maak ik me daar trouwens niet over, onder betogers is een forse dosis scepsis opgebouwd tegen mooie woorden van politici.

Die betogers zijn opvallend vastberaden en lopen aan niemands leiband, zeker niet aan die van politici. Het is een jonge, veelal hoogopgeleide, politiek eigenzinnige en ongebonden slag mensen dat een grote rol in de protesten speelt. Dat blijkt uit een onderzoek gehouden op 6 en 7 juni onder 4411 deelnemers  waaruit Bianet gisteren cijfers gaf. Voor 45 procent van de ondervraagden is het de eerste keer dat ze aan protest meedoen. Gemiddelde leeftijd: 28 jaar. 57 procent heeft een baan, 37 procent studeert, 56 procent heeft een universitair diploma, en 39 procent heeft een vader met universitaire opleiding. Percentage zonder band met een politieke partij: 79 procent. 47 procent geeft zelfs te kennen dat er volgens hen geen partij is waar ze op zouden kunnen stemmen. 37 procent heeft nooit gestemd, 29 procent weet nog niet w of en wat ze gaan stemmen, 18 procent weet nu al dat ze niet gaan stemmen. 94 procent protesteerde als individu; 69 procent is via sociale media op de protesten afgekomen. Het beschermen van vrijheden is het meest genoemde verlangen: 34 procent. 15 procent kwam om dat ze de nomen van Gezi wilden helpen behouden; 49 procent om tegen politiegeweld te protesteren.

Het is een bevestiging van wat al eerder duidelijk is: dit protest is vrijheidslievend en veelal seculier, gericht tegen een autoritaire religieus-conservatieve regering die de vrijheid plat probeert te walsen om haar neoliberale beleid door te drukken. Maar het is een grove miskenning om in de beweging allereerst een aanhangsel in het kielzog van welke partij of groep politici dan ook te zien. De seculiere nationalisten van oppositie partij CHP zouden dat misschien wel willen, en Erdogan wijst maar wat graag op die partij als aanstichter van het protest. Maar de realiteit is een heel andere. Dit protest heeft een autonome dynamiek, en het is niemands willige werktuig behalve dan van de demonstranten en hun vriendinnen en vrienden zelf.

Peter Storm

, ,

  1. No comments yet.

Comments are closed.