Foute oorlog tegen foute club (7 en slot): Wat dus niet en wat dan wel?


woensdag 15 oktober 2014

Deel 7 en slot van deze serie

Wat we zien rond Kobane is een cynisch spel. Door zo lang te wachten heeft de VS feitelijk aan Syrische Koerden laten weten: jullie hebben ons nodig om te overleven. Door met vertraging toch Kobani te helpen redden, profileert de VS zich alsnog als beschermer van arme Koerden, zoals de VS zich met haar luchtaanvallen op Libië in maart 2011 als grote beschermer van Benghazi profileerde. Dat sommige Koerden blij zijn met zo ‘n redding, zoals sommige Libiërs destijds blij waren met de hunne, is logisch. Maar de VS legitimiteit toekennen voor dit soort reddingsoperaties is levensgevaarlijk, omdat de VS die legitimiteit gebruikt voor haar eigen economische en strategische belangen. Aan die belangen is humanitaire inzet ondergeschikt, en het redden van mensenlevens is tegelijk een vorm van PR, geen doel op zich.

Daarom worden ook sommige levens – breed onder de aandacht gebracht – wel gered, en anderen – veelal buiten de publiciteit – aan een gruwelijk lot blootgesteld. Daarom is voor de terreur die pro-regeringsmilities in Irak terreur uitoefenen, zo weinig aandacht. Heet af en toe komt er wel iets over naar buiten. Eerder deze week kwam Amnesty met harde conclusies hier over. Dat haalde gisteren zowaar de Volkskrant. “In het rapport: absolute straffeloosheid; militair bewind in Irak”worden de misdaden belicht die sjiitische bendes plegen tegen burgers. Zo worden soennieten ontvoerd en vermoord, vaak ook als losgeld voor vrijlating is betaald (…) Het lot van de meeste ontvoerden is onbekend. Door de daders te steunen, wakkert de Iraakse regering het plegen van oorlogsmisdaden aan, net als de sektarische strijd die het land verscheurt, aldus Amnesty”.

Zulke misdaden tegen Soennieten te steunen, maken het US mogelijk om zich in de ogen van Soennieten te profileren als een soort beschermer tegen terreur. Zo geven oorlogsmisdaden van Iraakse pro-regeringsmilities de IS-moordbrigades feitelijk extra legitimiteit. De wandaden van de één voeden de wandaden van de ander, over en weer. In in dit gevecht doet Nederland dus mee door her en der wat bommen te gooien, en adviseurs te sturen aan precies dat Iraakse regime dan één van de misdadigersbendes op zijn minst faciliteert. Eisen dat Nederland met deze medeplichtigheid stopt is net zo vitaal als het organiseren van solidariteit met Koerden in Syrië. Terecht weerklinkt die tweede eis, soms dus problematisch geformuleerd , zoals in het geval van David Graeber in de Guardian (zie vooral delen drie en vier van deze serie). Ten onrechte horen we die eerste eis nauwelijks. Daarom nog maar eens duidelijk: die F16s moeten terug, die luchtaanvallen moeten stoppen.

De oorlog tegen IS is over het geheel genomen dus een foute oorlog tegen een foute club. Dat zie je aan de imperiale oliebelangen erachter. Je ziet het aan de bondgenoten die zich tegen IS opstellen, aan de twee maten van misdadigheid waarmee wordt gemeten. Maar in de context van die foute oorlog woedt ook een Koerdische vrijheidsstrijd. De oorlog als geheel verdient verwerping. De Koerdische vrijheidsstrijd daarbinnen verdient steun. Hoe stellen we ons het beste op in deze tegenstrijdige situatie?

Tegenover IS staan de moordenaarsbenden waar de Iraakse regering steun aan verleent. Tegenover IS staat bijvoorbeeld ook het Saoedische regime, bestuurd door aanhangers van vrijwel dezelfde expreem reactionaire ideologie als IS. Er is over de onthoofdingen door vijand IS grote verontwaardiging, terwijl de onthoofdingen door de beulen van Saoedi-Arabië – zo ‘n 22 in 18 augustusdagen, aldus de Economist op 20 september – amper aandacht trekken. Terreur bestrijden in samenwerking met een terreurstaat als Saoedi-Arabië waar machthebbers vrijwel dezelfde ideologie hanteren als IS dat doet – het maakt de oorlog tegen IS niet alleen hypocriet. Het maakt het ook extra onwaarschijnlijk dat met de nederlaag van IS de methodiek en doctrines van die club ook een nederlaag lijden. Reden te over dus om resoluut nee te zeggen tegen de IS-oorlog als geheel, en om de Nederlandse deelname eraan actief tegen te spreken en tegen te werken.

Maar verstrengeld met die oorlog is de Koerdische vrijheidsstrijd geraakt, en die verdient wél steun en solidariteit. Niet door het Westen op te roepen om de Koerden te steunen met meer luchtaanvallen of zelfs met grondtroepen. Ook niet door Westerse staten op te roepen om wapens aan het Koerdische verzet te leveren, want aan die wapens hangen afhankelijkheidsrelaties waardoor Koerdische verzetsstrijders tot Westerse hulptroepen worden omgevormd. Wel door van Westerse staten te eisen dat ze de Koerdische strijders niet voor de voeten loopt.

Zo moet de PKK natuurlijk van de lijst van terroristische organisaties af, zodat die groepering gewoon bovengronds actief kan zijn, geld kan inzamelen en dergelijke.  Wat de PKK met dat geld doet, is haar zaak. Het gaat hier niet op een specifieke verbondenheid of identificatie met de PKK. Het gaat er gewoon om dat deze club dezelfde rechten heeft om politiek een maatschappelijk actief te zijn al, ik noem maar iets, de FNV. Het ondergronds jagen van de PKK is een inbreuk om democratische rechten, waaronder het recht om solidariteit te organiseren. Daar gaat het hier om.

Maar bovenal kunnen linkse en radicale mensen steun geven door de Koerdische strijd in de aandacht te houden, en door degenen – anarchisten en anderen – in het grensgebied van Turks- en Syrisch daadwerkelijk hulp bieden aan het verzet, in de schijnwerpers te zetten en te ondersteunen. Daartoe wordt bijvoorbeeld op de website van de Vrije Bond opgeroepen in “Doneer! Actieve solidariteit voor Kobane!”  Even doen he? Solidariteit is immers daadwerkelijk en concreet, of solidariteit is helemaal niet.

Peter Storm

,

  1. #1 by jan de geile man on 2014/10/16 - 11:32

    deze oorlog is uitgelokt door Apollyon, prins van Perzië en uiteindelijk door Christus zelf. Hij stuurt zowel vrede als kwaad op ons pad; Jesaja 45:7.

Comments are closed.