Hoe Rob de Wijk de democratie laat wijken


dinsdag 19 november 2013

Rob de Wijk neemt het bij herhaling op voor regeringsleiders, staatshoofden en veiligheidsdiensten die door onthullingen van mensen als Philip Snowden in verlegenheid zijn gebracht. Een recent voorbeeld vinden we in Trouw: “Onnodig tappen dient inderdaad geen doel”, verschenen op 15 november, is daarvan de nog tamelijk toegeeflijke titel. De harde kern van zijn betoog is echter een verdediging van veiligheidsdiensten en een afwijzing van allerhande klokkenluiderij. In de argumentatie van De Wijk gaan merkwaardige drog- en kronkelredeneringen hand in hand met beweringen die verder niet worden onderbouwd. De Wijk betoont zich hier geen verdediger van de “democratische rechtsorde” waarop hij zich beroept, maar een ondermijnt de rechten waarvan die orde de belichaming geacht wordt te zijn.

Laten we de punten die De Wijk maakt eens even langslopen. Bezwaren tegen al dat afluisteren en tegen de vervolging van klokkenluiders als Snowden en De Wijk zich op zichzelf wel voorstellen, en op het eind hekelt hij ook “onnodig tappen” dat in Nederland veelvuldig plaatsvindt. Maar er is dus ook ‘nodig tappen’, in de wereld van De Wijk. Hij legt ons namelijk uit: bezwaren “gaan voorbij aan het feit dat iemand die een vergrijp pleegt als Snowden, in Amerika en Europa, inclusief Nederland, wordt veroordeeld of uitgeleverd. De reden is dat het openbaren van geheimen de democratische rechtsorde ondermijnd.” Nee, beste mijnheer De Wijk. De bezwaren gaan er niet aan voorbij dat mensen als Snowden met veroordeling of uitlevering bedreigd worden. Vervolging en dreigende uitlevering is nu juist iets waar de bezwaren zich tegen richten!

En hoezo “vergrijp”? Hoe bedreigt het onthullen van geheimen de democratische rechtsorde? Is het niet eerder het geheimhouden van grote delen van het gedrag van de overheid een gevaar voor die rechtsorde die het toch van transparantie moet hebben? Hoe kunnen mensen een orde ooit als democratisch aanvaarden als ze niet weten wat die orde, uit hun naam en met hun belastinggeld uitspookt? Wie democratie opvat als iets dat te maken heeft met vrijheid, transparantie van bestuur, verantwoordelijkheid van bestuur aan de bevolking, zou met de onthullingen van Snowden juist blij moeten zijn.

Een rechtsorde die alleen maar kan functioneren met het recht om burgers af te luisteren, en de omvang en aard van al dat afluisteren voor diezelfde burgers geheim te houden, verdient het predicaat ‘democratisch’ niet. Als ik moet kiezen tussen democratische beginselen enerzijds, en een orde die deze beginselen trotseert, negeert en naast zich neerlegt als het haar uitkomt, dan kies ik voor die beginselen, en dan heeft de orde pech. Feitelijk schermt De Wijk hier, achter een facade van democratische rechtsbeginselen, met het aloude raison ‘d’etat van absolute koningen uit de zeventiende en achttiende eeuw: de bevoegdheid om in het geheim te opereren is een fundamenteel staatsbelang, en dat gaat boven bezwaren gebaseerd op transparantie en privacy. Dáár zou De Wijk wel eens gelijk in kunnen hebben: vervang zijn “democratische rechtsorde” door “staat” of “overheid”, dan klopt het. Maar daarmee is dan vooral gezegd dat staten zelf – allemaal door hun aard en wezen – een anti-democratische kern hebben, een kern die zich niet laat controleren en ook niet transparant laat maken.

Dan kunnen we dus kiezen: staat of democratie. Maar niet allebei tegelijk. Je kunt democratische verantwoording, transparantie en verantwoordelijkheid hebben; je kunt een staat boven je dulden, maar je kunt niet allebei tegelijk. Je kunt, plat gezegd, kiezen tussen staat enerzijds en democratische rechtsnormen anderzijds. De twee dingen laten zich niet zonder inconsistenties combineren. En die inconsistenties – ruimte voor in het geheim opererende veiligheidsdiensten bijvoorbeeld – hebben een neiging tot expansie, die gaan woekeren, en krijgen daar juist door geheimhouding ook ruimte voor. Zo krijg je geen democratische rechtsorde. Zo krijg je een staatsorde die de beetjes democratie die er zijn, uitholt en ondermijnt. Door de praktijken van de NSA in principe te verdedigen, kiest De Wijk voor die ondermijning.

Er gebeurt in het betoog van de heer De Wijk nog meer eigenaardigs. Hij vertelt ons: “tegelijkertijd is er geen hard bewijs dat inlichtingendiensten in verschillende landen op grove wijze de wet hebben overschreden of hun macht hebben misbruikt.” Een vermakelijke bewering. In de eerste plaats is het afluisteren van de Duitse premier door de Amerikaanse NSA in De Wijks wereld kennelijk geen grove wetsoverschrijding of machtsmisbruik. En als de VS zelfs bevriende regeringsleiders afluistert, is er dan reden om te denken dat de NSA zich erg in zou houden tegenover mensen die niet in the picture van de macht staan, geen sterke bondgenoten hebben die schandaal kunnen maken? De Wijk vertelt ons met deze zin vooral wat hij géén machtsmisbruik en grove wetsovertreding vindt: afluisteren, afluisteren en nog eens afluisteren.

Dat er “geen hard bewijs” is voor misdadigheid en machtsmisbruik is- voor zover het al waar is – ook verklaarbaar. Dals dat bewijs bestaat, is het zelf staatsgeheim. Er is namelijk geen openheid over de gedragingen van de NSA en soortgelijke diensten. We weten niet wat ze uitvreten. En degenen die er licht op proberen te doen schijnen – eerder al Manning, en nu dus Snowden – worden zelf in de beklaagdenbank gezet. Door de vervolging van dit soort klokkenluiders te verdedigen – want dat doet De Wijk – laat hij zien dat hij ook geen grote behoefte heeft om achter eventueel “hard bewijs” te komen. Wat niet weet, wat kennelijk De Wijk niet deert. De afwezigheid van hard bewijs is helemaal geen argument tegen de klokkenluiders en onthullers, maar juist vóór hun activiteiten. De staat gaat immers haar eigen gedrag niet vrijwillig blootleggen.

Dan schermt De Wijk met nog een subtiel onderscheid. “Bovendien is niet aangetoond dat het verzamelen van meta-data (…) de privacy heeft geschaad. Het verzamelen van die data is iets anders dan afluisteren. De data geven slechts inzicht in wie met wie, wanneer heeft gecommuniceerd.” Pas als daaruit ‘verdachte’ patronen blijken en de inlichtingendienst inhoud van dataverkeer gaat bekijken, is er een privacy-probleem, aldus De Wijk. Maar dat klopt niet: je kunt uit een patroon wel degelijk ook inhoudelijke informatie afleiden. Hypothetisch voorbeeld: afluisterdienst constateert het volgende. Persoon X – iemand die weinig telefoneert en veelal via mail en Facebook communiceert – belt de huisarts. Dezelfde dag belt X het ziekenhuis, afdeling longziekten. Enkele weken later belt die afdeling met persoon X. Diezelfde avond belt persoon X ouders, andere familieleden en een paar anderen. Heb je dan de inhoud van die gesprekken nodig om te weten dat X kennelijk een afspraak heeft gemaakt, longonderzoek heeft laten doen en kennelijk slecht nieuws heeft gekregen?

Sowieso: ook het in kaart brengen van wie contact onderhoudt met wie, is een inbreuk van de privacy. Het gaat de overheid namelijk helemaal niets aan met wie ik mail, bel, chat, net zo min als het die overheid iets aangaat bij wie ik op bezoek ga, het bed deel of met wie ik praat in het café. Dat in kaart brengen is een inbreuk op mijn privacy, en eentje die De Wijk kennelijk acceptabel vindt. Het is een signaal dat voor hem staatsbelang hoger gaat dan de belangen en vrijheden van de mensen uit wiens naam die staat pretendeert te regeren. De Wijk verdedigt geen “democratische rechtsorde”. De Wijk verdedigt de orde, ten koste van democratie en de rechtsnormen die daarbij horen. Ik maak liever een andere keus.

Peter Storm

Bovenstaand stuk heb ik o p[gestuurd naar de opinieredactuie van Trouw. Die heeft het niet willen plaatsen. Gelukkig heb ik zelf een blog : )

,

  1. #1 by Olav Meijer on 2013/11/19 - 17:11

    Hiermee ben ik het eens. De Wijk pretendeert academische distantie, maar is al heel lang bezig het “Atlantisch bondgenootschap” met de VS door dik en dun te verdedigen, ook wat betreft wapens en oorlogvoering.

Comments are closed.