Koopkrachtplaatjes kun je niet eten


zaterdag 26 mei 2012

Het bezuinigingsakkoord dat vijf partijen hebben gesloten om koste wat kost op tijd aan de 3-procents-begrotingsnorm te voldoen, lig er. Opvallend is hoeveel nadruk er in diverse media gelegd wordt op de mate waarin het nog erger had gekund voor mensen met weinig geld. Opvallend is ook hoe zeer daarbij de indruk wordt gewekt dat het akkoord dat de gedoogcoalitie vrijwel rond had, veel erger zou zijn geweest. Het beeld dat er zo ontstaat en door politici ook wordt gepusht: het valt allemaal nog al mee. Het beeld kan alleen standhouden dor belangrijke zaken over het hoofd te zien, te bagatelliseren of naar de achtergrond te duwen. Het akkoord heeft accenten verlegd vergeleken bij het bijna-akkoord van de gedoogcoalitie. Maar het is evengoed een asociaal akkoord, dat fel verzet extra vereist maakt.

Eerst dat geruststellende geluid dat je leest. Hier hebben we de Volkskrant: “Koopkrachteffecten Lenteakkoord: lage inkomens blijven buiten schot”. Trouw: “Lente-akkoord voor lagere inkomens veel gunstiger dan Catshuisvariant”. De Volkskrant ook nog: “Definitief Lente-akkoord: forens krijgt tik, meevaller voor student”. En ook nog: “Rutte: koopkrachtverlies ‘heel acceptabel’”. Ja, er ook ook aandacht voor waar de klappen dan vooral vallen. Maar de toon van ‘dat valt nog wel mee’ is onmiskenbaar.

En inderdaad: studenten zullen opgelucht zijn dat de studiefinanciering voor master-studenten blijft bestaan, in tegenstelling tot een eerder plan. En inderdaad: mensen met alléén AOW gaan volgens koopkrachtplaatjes 0,75 procent vooruit; zijn ze met z’n twee met allebei alleen AOW, dan is de vooruitgang zelfs 1,25 procent, aldus de Volkskrant; Trouw begroot beide categorieën op één procent vooruit. Een alleenstaande met minimumloon boet 1,75 procent vooruitgang, een alleenstaande oudere met minimumloon 1,25 procent , mensen me een uitkering op het sociaal minimum 0,25 tot één procent. Deze effecten zijn bereikt door bijvoorbeeld het verhoogde eigen risico in de zorg te compenseren via een hogere zorgtoeslag. Dit soort verzachtingen zullen afgesproken zijn om de instemming van GroenLinks en ook ChristenUnie voor het akkoord te krijgen, en Jolanda Sap en Ineke van Gent wijzen er vol trots op.

Andere groepen krijgen het echter zwaar te verduren, en het betreft daar bepaald geen steenrijken. Ben je enige kostwinner met modaal inkomen, en heb je kinderen: half procent omlaag. Idem met twee keer modaal: procent eraf. Alleenstaande met modaal inkomen: 0,75 eraf. Hetzelfde eraf als je twee keer modaal verdient en alleen staat. Ben je alleenstaand ouder met minimumloon dan ga je er 1,.75 op vooruit; verdien je modaal dan raak je 0,75 procent kwijt. AOW-ers met een aanvullend pensioen van 10.000 euro gaan 1,25 in de min. Het beeld is duidelijk. Groepen helemaal onderaan worden ontzien en krijgen er soms wat bij. Groepen pal daarboven – modale- en middeninkomens maar bepaald géén middenklasse – krijgt het te verduren. Hele grote groepen werkend mensen, wel degelijk onderdeel va de brede onderkant van de maatschappij, gaan er behoorlijk op achteruit. De lasten worden niet verschoven van arm naar rijk; de lasten worden verschoven va arm naar iets minder arm.

Het is van groot belang dat we woede en protest in deze brede groepen serieus nemen, en rechtmatig. Als revolutionairen een houding zouden aannemen van alléén opkomen voor de allerarmsten onder het motto: al die anderen kunnen het best lijden, dan begaan we daarmee een ernstige fout. In de eerste plaats betreft het bij deze iets-minder-armen wel degelijk om mensen onder zware druk, neergehouden en uitgebuit, ook al komen ze niet van de honger om. Het gaat hier om mensen wiens arbeid deze maatschappij draagt, om verplegenden, docenten, bouwvakkers, treinmachinisten en buschauffeurs, fabrieksarbeiders, kantoorpersoneel, mensen met zwaar werk die het volste recht hebben zich te verweren als ze nog verder onder druk worden gezet. Succesvol verzet van deze mensen kan bovendien iets dat de allerarmsten op eigen kracht veel moeilijker kunnen: de maatschappij lamleggen. Dat maakt hun verzet van grote strategische waarde. In de derde plaats: als revolutionairen en linkse activisten de zorgen van deze mensen wegwuiven, dan laten we deze mensen over aan kapers op de kust: de Telegraaf, Geen Stijl, Wilders.

De mensen die door bezuinigingen geraakt worden, zullen zich dan vooral herkennen in het beeld van de ‘hardwerkende Nederlander’ die gepakt wordt, het beeld dat de Telegraaf al volop uitdraagt. Deze mensen zullen dan des te ontvankelijker zijn voor de demagogie van Wilders die opkomt voor ‘Henk en Ingrid’ die uitgeknepen worden door de ‘linkse elite’ omdat die buigt voor ‘dictaten van Brussel’. Dit soort nationalistische praat verdient felle bestrijding. Maar kern van die bestrijding is: de rechtmatigheid van de woede van de Henken, de Ingrids, de Fatimahs en de Mohammeds erkennen en tot vertrekpunt van horizontaal, niet-nationalistisch verzet te maken. Hoe dan ook, we moeten ons niet op het verkeerde been laten zetten door de beeldvorming dat het voor de laagste inkomens wel meevalt. Revolutionairen kijken breder dan enkel naar de mensen met de laagste inkomens, hoe belangrijk zij ook zijn. Als het goed is kijken we naar de complete brede onderkant, niet enkel naar de onderkant va die onderkant. Bovendien: ook zonder dat  mensen met minimuminkomens nog verder wegzakken, zelfs als ze een klein beetje meer krijgen, is hun positie nog steeds abominabel genoeg om een schreeuw voor verbetering los te maken.

Er is bij dit alles een tweetal aspecten dat uit beeld raakt. Om te beginnen krijgen niet bepaald alle inkomensgroepen de noodzakelijke aandacht. De koopkrachtlaatjes spreken van minima, modaal, twee keer modaal, AOW zonder pensioen, AOW met aanvullend pensioen van 10.000 euro. Maar waar zijn de mensen met vier keer modaal, met acht keer modaal, met twintig keer modaal? Van paleisbewoners met AOW en een aanvullende uitkering van een miljoen? De minima zijn in beeld, de maxima zijn zoek! Een enkele groep wordt benoemd: politici en hoge staatsfunctionarissen krijgen, net als ambtenaren, een nullijn qua inkomen. Maar ondernemers? Topmanagers? Wat gaat hun koopkracht doen met dit beleid? In tegenstelling tot arbeiders hebben zij zelf nogal wat invloed op hun beloning. Dus behoeft het weinig verbazing dat in CAO’s volgens FNV-bondgenoten een loonstijging van 1,9 gemiddeld is geregeld. “Dat is ruim een half procent onder de gemiddelde looneis van tweeënhalf procent, die gelijk was aan inflatie”. Lonen stijgen dus minder dan prijzen, dus de koopkracht daalt, tenzij je in een hogere loonschaal komt wegens promotie of zo. En ondernemersinkomens? “Terwijl de bouwbranche in een dip zit, zijn directeuren van bouwbedrijven vorig jaar gemiddeld 4,2 procent meer salaris gaan verdienen. De salarisgroei lijkt met name toe te schrijven aan de bestuurders van grote bedrijven.” Terwijl personeel met stagnerend of dalend inkomen wordt geconfronteerd, en ontslag dreigend boven de hoofden hangt, vangen de bouwdirecteuren zelf salarissen die ruimschoots bóven de inflatie liggen en ongetwijfeld al ruim bovenmodaal waren. Vast niet elke directeur geeft zichzelf hoger salaris, je hoort ook wel over lagere beloningen in de top van het bedrijfsleven, bijvoorbeeld bij de beursgenoteerde bedrijven. De daling kwam door minder bonusbetaling, iets anders dus dan een lager salaris. Het gaat dan nog steeds om zeer hoge inkomens: na daling nog altijd gemiddeld 2,9 miljoen. En over de effecten van het vijfpartijenakkoord op dit soort topinkomens lezen we in de berichtgeving buitengewoon weinig. Hebben ze iets te verbergen? Slapen de media? Of allebei?

In de tweede plaats zijn de ‘koopkrachtplaatjes’ statisch, niet dynamisch. Daarmee bedoel ik dat gekeken wordt naar de effecten van beleid op mensen die nu een bepaalde inkomenspositie hebben. Naar verhuizing van mensen tussen inkomensgroepen wordt geen zichtbare aandacht besteed. Toch zal juist dáár bij uitvoering van het vijfpartijenakkoord veel pijn worden geleden. Mensen verliezen bijvoorbeeld een heel fors deel van hun ontslagbescherming volgens het akkoord. Ondernemers mogen volgens het nieuwe beleid personeel naar believen ontslaan, zonder rechterlijke uitspraak vooraf. Ontslagvergoedingen gaan omlaag en worden bovendien gereserveerd voor scholing en herplaatsing; ze vormen dus geen vrij besteedbaar inkomen van de zojuist ontslagen personeelsleden. Het idee is dat ondernemers minder angst hebben om personeel aan te nemen als ze dat makkelijker kunnen dumpen. Het effect zou – in de huidige recessie – wel eens eerder een ontslaggolf van vooral oudere ondernemers in de hand kunnen werken, in een periode dat de werkloosheid al fors groeit. Nemen ondernemers weer mensen aan, dan zal dat veelal met flexcontracten zijn, via ZZP-constructies ook. Mensen zullen hun baan kwijt raken, werkloos worden of een baan met slechter loon en beroerder rechtspositie er voor in de plaats krijgen. Anders gezegd: mensen zullen va het vakje ‘twee keer modaal’ naar het vakje ‘modaal’ gaan, en als het tegenzit zelfs naar het vakje ‘minima’. Mensen zullen in armoede belanden. Déze beweging is in de koopkrachtplaatjes echter niet zichtbaar. Die zien eruit alsof mensen eeuwig hetzelfde inkomen hebben waar het beleid dan een klein beetje bij doet of af haalt. Maar dat is een heel vertekend beeld.

Natuurlijk klimmen er ook mensen naar hogere koopkrachtvakjes. Maar het ingezette beleid bevordert vooral inkomensdáling. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de reiskostenvergoeding die fors belast gaat worden. Die kan per huishouden tientallen, maar ook enkele honderden euro’s koopkrachtdaling opleveren. En hier is weer vooral het brede midden van de arbeidersklasse die moet dokken. Dat schrappen van onbelaste reiskostenvergoeding wordt door GroenLinks als milieumaatregel verdedigd: mensen moeten maar dichterbij hun werk gaan wonen, dat kost minder energie en vervuiling en dan ben je goedkoper uit ook.  “Of dat gebeurt valt echer te betwijfelen, gezien de malaise op de huizenmarkt en het feit dat binnen een huishouden tegenwoordig meerdere mensen betaald werk hebben”, schrijft Trouw met reden. In gezinnen met twee kostwinners kun je soms niet dichtbij de werkplek van allebei wonen. Hoe dit inkomenstechnisch gaat uitpakken is overigens nog bepaald niet duidelijk. Een aderlating voor mensen die weliswaar geen honger lijden maar het vaak allesbehalve breed hebben, wordt het echter sowieso. De koopkrachtplaatjes verhullen, door de hierboven geschetste dynamiek in inkomensontwikkeling niet te laten zien, een flink deel van de asociale realiteit.

, ,

Comments are closed.