Verkiezingen en verrechtsing (4): zaken die knagen, lastige vragen


Artikel 1 was wat mij betreft de beste optie voor wie per se wilde gaan stemmen, iets wat ik zelf nadrukkelijk hebt vertikt, maar dat is de kwestie hier niet. Er is een andere kant aan de steun die Artikel 1 krijgt. Dat gaat dan minder over Artikel 1 zelf dan over de steun – niet enkel de incidentele stem – die ze ondervindt in radicaal-linkse, antiautoritair en anarchistische kring. Wat volgt is dus wat mij betreft niet iets wat de mensen van Artikel 1 zich zelf erg aan hoeven te trekken. Het is meer gericht aan mensen die zich doorgaans verregaand buitenparlementair opstellen, maar geneigd zijn om bij Artikel 1 over hun anti-parlementarisme heen te stappen. Varianten van het verschijnsel zie je ook rond andere partijen: ook SP, Partij voor de Dieren (1) en Denk kent mensen met anti-autoritaire inslag in hun periferie. Het verschijnsel vraagt wat mij betreft om wat kritisch commentaar. Dat vind je in dit slot, deel vier van deze serie “Verkiezingen en verrechtsing”.

Nogal wat mensen in linkse en anti-autoritaire kring hebben hun stem op Artikel 1 uitgebracht en daar met grote klem bij anderen op aangedrongen ook. Soms verhuisden mensen uit deze kringen hun stem van SP naar Artikel 1. Dat was vooral in links-socialistische, trotskistische kring te merken, en dat is – gezien de huidige opstelling van de SP – wel een stap vooruit. Soms ging het echter om mensen die doorgaans geneigd zijn tot niet-stemmen. En dat wijst wel op een probleem. De neiging om toch maar te gaan stemmen was bij anarchisten toch al groter dan in eerdere jaren, zo had ik de indruk. De aantrekkingskracht van Artikel 1 versterkte die neiging. Je kon er – zo was hier duidelijk de perceptie – een hard noodzakelijk punt mee onderstrepen: een stevig gelijkheidsgeluid de Kamer in sturen, tegen de verrechtsing in. Dat voelde als noodzaak, en dat dreef anti-autoritairen, naar de stembus en naar Artikel 1.

Ik vond en ik vind die betrokkenheid bij Artikel 1 begrijpelijk, maar tegelijk enigszins zorgwekkend. Niet omdat ik het een ramp vind dat mensen eens een keer hun stem uitbrengen terwijl ze zich verder concentreren op buitenparlementair verzet en wat daar zoal bij hoort. Wel als van die stem iets belangrijks wordt gemaakt en als activisten die doorgaans van partijpolitiek vandaan blijven, in campagne-modus gaan voor een parlementair gerichte organisatie, in dit geval voor Artikel 1. Ik blijf er bij dat dit energie wegzuigt van de plek waar we toch al zo weinig actieve mensen hebben: in de sociale strijd, de directe actie en het opbouw van autonome netwerken buiten en tegenover welke gevestigde politiek en haar instellingen dan ook. Ik blijf erbij dat het de klemtoon en de aandacht naar een verkeerde plek verplaatst.

Als al deze mensen nu na de slecht verlopen verkiezingsdag zouden zeggen: okay, en nu terug naar waar het om draait, de strijd buiten het gevestigde politieke bestel – dan was er weinig aan de hand. Maar ik ben een beetje bang dat Artikel 1 in sommige radicale hoofden wat al te belangrijk aan het worden is, en dat dit de opbouw van anarchistische bewegingen en autonome structuren op termijn meer kwaad dan goed doet. Ik ben een beetje bang dat sommige van de allerbeste actieve mensen Artikel 1 geheel of gedeeltelijk als hun nieuwe politieke thuisbasis gaan zien. En wie van een anarchistische totale systeemvijandigheid naar een parlementaire organisatie schuift, die schuift – niet in argumenten maar wel in vragen van strategische aanpak, naar rechts, of misschien beter gezegd: naar boven.

Ik zag soms dingen op Facebook langskomen in dit verband die me griezelig doen denken aan begin 2015, toen vrijwel compleet radicaal links helemaal euforisch was wegens de opkomst van de linkse partij Syriza in Griekenland. Die kreeg destijds wel een zetel, zelfs een premierszetel. Intussen wordt er door een Syriza-regering rigoureus bezuinigd alsof rechts nog ouderwets regeerde. Ik was één van de zeer weinigen die de boel vanaf dag één niet zo zag zitten en weigerde in het enthousiasme mee te gaan. Ik zie een zelfde bui hangen met het mini-Syriza dat Artikel 1 een klein beetje is geworden, niet in de praktijk maar wel in de hoofden van sommige van haar radicale medestanders. Een bezuinigingsregering zal Silvana Simons wel niet gaan leiden. De energie en aandacht van radicale en strijdbare mensen naar het podium trekken waar die mensen het minste inbreng hebben, en professionele politici het meeste, is echter wel degelijk schadelijk.

Het is onderdeel van iets diepers: deradicalisering-door-demoralisering onder radicalen. Afnemend radicalisme – en in die zin dus verrechtsing! – niet in thematisch opzicht maar wel wat betreft strijdvormen en strategie. Nee, dat geldt nadrukkelijk niet voor de mensen voor wie de stem als het ware terloops werd uitgebracht: eventjes op Sylvana of Olave of Gert-Jan of Anja stemmen, en dan snel weer actiegerichte autonome zaken aanpakken. Dat is geen groot punt, al maakte ik die keus zelf niet. Maar als mensen die eerst nauwelijks aan de stembusstrijd deelnamen, mensen die hetzij principieel niet stemden, hetzij snel even een stem uitbrachten en er verder zo min mogelijk worden aan vuil maakten… als zulke mensen nu niet alleen naar het stemhokje gaan, maar dat van te voren dat met grote nadruk etaleren en over een politieke groep gaan praten als politieke thuisbasis, dan is er iets verschoven. Dan gaat er relatief minder energie in wat er aan de basis gebeurt, en relatief meer naar parlementair gerichte activiteit, en dus naar wat er in en om de gevestigde instellingen gebeurt – en waar radicalen dus nog invloed denken te kunnen hebben ook.

Dan kijk je dus – niet uitsluitend, maar wel in belangrijke mate – naar boven, weg van waar we potentieel sterk zijn, naar de plaats waar we, niet potentieel maar fundamenteel, nooit sterk zullen worden omdat het een plaats is die bestaat en functioneert en is ingericht om ons eronder te houden. Met die plaats doel ik op elk vertegenwoordigend orgaan, ook als het gevuld is door oprechte mensen met goede standpunten en een hele stevige ruggengraat. De kern van politiek-via-verkiezingen in parlementaire zin is immers: je hoeft het niet zelf meer te doen, beroepspolitici doen het voor jou. En die beroepspolitici staan dagelijks in rechtstreeks contact met hun ambtenaren en met ondernemers en andere hoge functionarissen in het bestel. Contact met hun tot achterban gereduceerde sympathisanten is er slechts sporadisch en is slechts op verkiezingsdag eventjes bindend. Drie keer raden wie er het meeste invloed op die vertegenwoordigers weet door te zetten: zij aan de top, of wij hier ver weg van de toppen van de macht?

Let wel: ik zeg niet dat Artikel 1 zo functioneert of zo wil functioneren. Ik zeg wel dat het verschijnsel van representatie in de parlementaire democratie zo functioneert. Ongeacht wie er precies in de vertegenwoordigende organen zit, en met welke bedoelingen zij daar zitten. En ik zeg ook dat Artikel 1, door zich primair electoraal op te stellen, aan de werking van die representatie niet ontsnapt. Ik hoop dat de groepering zich op die opstelling niet heeft vastgelegd, dat de zaak relatief open ligt, dat ze zich nog kan ontwikkelen tot een beweging die verkiezingen naar de zijlijn verschuift, en directe actie gekoppeld aan zelforganisatie naar het middelpunt van haar werkzaamheden. Daaraan werken – en niet de verkiezingsstrijd – kan deelname er binnen wellicht vruchtbaar maken. Maar dat behelst dan dus niet de jacht op die zetel, gisteren of morgen. Ik zag intussen onder sympathisanten al speculatie over de mogelijkheden voor gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar, en ik hou mijn hart vast.

Nu zijn eerdere zinnen over parlementaire gerichtheid, verkiezingen en beroepspolitici best standaard-tekst, ik zeg niet echt iets nieuws of origineels hiermee. Ik kan er woorden aan toevoegen over hoe representatie (niet) werkt, hoe het hele mechanisme ons afleidt en neigt af te houden van onze eigen rechtstreekse kracht. Ik heb dat in mijn stuk “Waarom ik niet meedoe” geprobeerd, tot zeer wisselend genoegen van lezers. Waar het me hier om gaat is dit. Deze standaard-woorden zijn niet zomaar standaard-woorden. Ze horen tot de inventaris van anarchisten gisteren, vandaag en hopelijk ook nog morgen. We hebben die houding die erin wordt uitgedrukt nodig. Als we die houding stukje bij beetje loslaten – eventjes, rond verkiezingstijd, en dan wat langer te voren en langer erna – dan zijn we een stuk van onze radicaliteit aan het prijsgeven. Ik zie mensen in en om Artikel 1 als reële en potentiële bondgenoten, zonder daarmee de verschillen tussen mij als anarchist en Artikel 1 als parlementair linkse groepering onder de tafel te willen vegen. Maar ik zie de organisatie als zodanig niet als alternatief, niet als potentiële thuisbasis, precies omdat parlementaire machtsvorming en representatie er voor zover ik zie toch centraal in staat.

Was en is de kandidatuur van Sylvana Simons, de opkomst van Artikel 1, werkelijk zo belangrijk, zo ‘n fundamenteel nieuw iets, dat we onze gereedschapskist van argumenten en praktijken ervoor opzij schuiven en een andere gereedschapskist hanteren, met spullen erin waarvan we weten dat ze niet werken en extreem riskant zijn in het gebruik? Hoe veel respect ik ook voor haar houding heb, hoe groot mijn waardering voor standpunten en activisten Artikel 1 ook is, mijn antwoord daarop is nee.Het antwoord van veel geestverwanten is een veelal voorzichtig, aarzelend maar luid hoorbaar ‘ja’. Ik verwijt dat niemand. Maar ik vind het wel verontrustend. En het is bepaald geen kwestie van persoonlijke tekortkoming van mensen: het betreft onder meer actievoerders van het zeer vasthoudende type, waar ik nog veel van kan leren. Er is hier meer aan de hand, en dat brengt ons bij een onderliggend proces dat de maatschappelijke verrechtsing voedt. Daarvoor gaan we naar het iets grotere plaatje van die verrechtsing.

Veel van de redenen waarom mensen achter Wilders aanhollen, is frustratie en onmacht, het gevoel dat mensen geen greep op hun wereld hebben, het idee dat ze daar zelf weinig aan kunnen doen, en van daaruit de behoefte om iemand de schuld te geven. Dat is, simplistisch, de verrechtsing in een notendop. Maar frustratie en onmacht zijn niet tot de achterban van rechts beperkt. Wij hebben er als radicale en linkse mensen, als anarchisten, zelf ook mee te maken.

Feit is dat slechts strijd van onderop, solidariteit van gelijkwaardige mensen, directe actie, dingen daadwerkelijk de goede kant op verandert. Feit is ook dat zulke actie nogal zeldzaam is, zulke strijd goeddeels ontbreekt en de solidariteit tussen gelijkwaardigen vaak ver te zoeken is. Wat wildgeplakte posters zijn al reden genoeg voor een nieuwsberichtje op een radicale site. Waarom? Omdat groter actienieuws – een wilde staking, een opstand in de wijk tegen huisjesmelkers en gemeentebestuur, een stevige brand waardoor een politiebureau in de as wordt gelegd, een bezetting van een gemeentehuis die zich aan de greep van vakbondsbestuurders onttrekt en drie weken duurt – tot de grote zeldzaamheden behoort.. Zolang je geen vlammen en vuurzeëen kunt melden, wijs je op de vonkjes. Beter iets dan niets.

We weten op basis van geschiedenis en redeneringen wat nodig is. We ervaren echter nauwelijks dat datgene wat nodig is, ook daadwerkelijk bestaat. En dat knaagt. Als we dan ook nog zien dat in landen als Griekenland, waar stakingen, felle demonstraties en straatgevechten met de politie van 2008 tot in 2014 wijdverbreid zijn geweest, zonder dat daarmee de regering ten val kwam en het beleid waar de opstandigheid zich tegen keert, werd tegengehouden, dan knaagt er nog meer.

Dat knagende gevoel ligt naar mijn mening ten grondslag aan het idee dat, nu alles met onze eigen strijdmiddelen zo moeizaam gaat, we toch maar even gebruik moeten maken van de parlementaire gereedschapskist. Dat knagende gevoel vertaalde zich in 2015 bijvoorbeeld in die in steun voor Syriza. Onszelf lukt het niet. Bevriende politici moeten maar weer aan de slag. Dat gevoel. Wij krijgen ons verhaal over solidariteit van en met vluchtelingen en de schanddaden van het deportatiebeleid niet voor het voetlicht. Zou het dan niet fijn zijn als een gekozen Kamerlid dat wel lukte, met alle publiciteit die een Kamerlid nu eenmaal krijgt? Wij weten Wilders amper tegenspel te bieden, tenzij we een handvol geplakte stickers en af en toe en optocht van een duizendtal mensen adequaat tegenspel vinden. Het is duidelijk allemaal niet genoeg. Zou het niet fijn zijn als een bondgenoot in de Kamer de fascist eens goed de mantel uitveegde, keer op keer? Ons lukt het niet. Fijn toch als anderen het voor ons doen?

In dat gevoel van inadequaatheid, onmacht en demoralisatie zou wel eens een basis kunnen liggen van de ontvankelijkheid in anarchistische kringen voor parlementaire politiek, voor het idee dat het nodig is om niet alleen snel even te stemmen (niet echt een punt wat mij betreft) maar daadwerkelijk een prominente plek in onze aanpak aan dat stemmen geven. Hiermee verschuift aandacht weg van onze uitgangspunten en werkwijzen – uitgangspunten en werkwijzen die we als anarchisten echter niet helemaal voor niets hebben ontwikkeld. Als het clichés zijn, die anarchistische punten over afstand doen van onze zeggenschap, onze baas kiezen terwijl we helemaal geen baas willen, stemmen als een vorm van toestemmen en noem maar op, dan zijn het clichés geworden omdat ze hun geldigheid keer op keer hebben aangetoond. Al was het maar in negatieve zin: laat die aanpak los, en je krijgt ongelukken..Het is niet bepaald zo dat de electorale verleiding nu voor het eerst opdook. En het liep eigenlijk altijd en overal faliekant verkeerd af: strijd raakte ondergeschikt aan staatsbeleid, actie raakte ondergeschikt aan overleg, eigen kracht maakte plaats voor de macht van bovenaf, eventueel met een facelift en een nieuw reukje om de stank van macht te verdrijven. Waarom zou dat nu anders zijn?

Ik snap de behoefte om tegen beter weten in die hoop te koesteren. Maar ik vind het hoop die geen radicale wortels heeft, eerder hoop die in wanhoop wortelt. We kunnen beter de bronnen van die wanhoop – onze zwakte op de plekken die er echt toe doen, onderaan in de maatschappij, de zwakke plekken in hoe we communiceren en strijden, de zwakke plekken in ons verhaal zelf – onder ogen zien en werken aan versterking. Maar dat is helemaal geen gemakkelijke taak. Simpelweg de gevestigde politiek negeren en van actie naar actie rennen, zonder veel na te denken over effectiviteit en perspectieven, is het antwoord ook niet. Sterker: ook dát is symptoom van impasse en demoralisatie, beantwoord met een vrij vruchteloze vlucht vooruit met al snel een burn-out als uitkomst. Precies omdat dat ook niet werkt, trekt voor sommigen van ons toch die stembus. Maar daar ligt het antwoord dus zeker niet.

De taak – opbouw van radicale netwerken en structuren, ontwikkelen van radicale perspectieven en het doordacht en effectief voren van radicale strijd – is dus niet enkel een kwestie van ‘Kom naar de volgende actie!’. Niet zozeer de incidentele stembusgang maar vooral de hype eromheen, maakt die taak echter nog moeilijker dan die al is. Het is beter om de zaak onder ogen te zien: zoals wanhoop rechts achter Wilders aanzuigt, zo lokt wanhoop, of minstens een door aanhoudende nederlagen verzwakt geloof in eigen kracht, ons de parlementaire illusies in. Het wordt tijd om een stuk revolutionaire hoop van onderop te herwinnen. Maar hoe gaan we dat doen? Dat is kernvraag voor radicale, anti-autoritaire antikapitalistische radicalen, of ze nu eventjes zijn gaan stemmen, ja of nee.

Noot 1 en correctie, aangebracht 18 maart, 22.03 uur: : en niet “van de Dieren”; ik had het wederom aanvankelijk verkeerd geschreven. Pff, excuus, en dank aan alerte lezer/ comment-verschaffer hieronder.

Peter Storm

,

  1. #1 by Roy Donders on 2017/03/22 - 01:20

    Artikel 1 stond heel ver van mij af, stond even dicht bij mij als de libertarische partij, beide stonde op de zesde plaatst ofzo.

    De burgerbeweging, de partij van de dieren en de piratenpartij, dat was mijn top drie. Kortom, meer partijen die voor een soort burger initiatieven zijn en minder op het identitaire gericht zijn, als artikel 1. Meer een soort basis bewegingen, meer iets in die richting, dat wat ons allen aan gaat en dat klopt ook met mijn visie.

    Wat niet weg neemt dat die Sylvana Simons heel dapper is geweest. Ik bedoel, een intelligente, zwarte, feministische vrouw, gaat zwarte piet verwerpen op de Nederlandse televisie. Ja, dan heb je lef

    Het is zoiets als homoseksueel stel bezoekt een Saoedie Arabie en gaat daar hand in hand over straat, terwijl ze knipoog gebaren maken naar de mannen met de baarden.

    Transseksueel voert in Moskou een eenmansactie tegen seksisme en transfobie

    etc.

  2. #2 by Noot aan de redactie on 2017/03/19 - 03:12

    *Sylvana Simons

  3. #3 by peter on 2017/03/18 - 22:59

    Ik ben een recidivist. Ff verbeteren weer.

  4. #4 by André de Raaij on 2017/03/18 - 22:23

    Partij VOOR de Dieren

Comments are closed.