Foute oorlog tegen foute club (3): Rojava, revolutie en de PKK


zondag 12 oktober 2014

Diverse linkse reacties op het beleg van Kobani weerspiegelen en ondersteunen de illusie dat Westers ingrijpen tegen IS wenselijk is. Dat gebeurt veelal indirect en mogelijk ook zonder dat het de bedoeling is. Opvallend in dit verband is het stuk van David Graeber in de Guardian, inmiddels vertaal door Hydra Ensemble als “Waarom negeert de wereld de revolutionaire Koerden in Syrië?” . Deel drie alweer van een serie.

Graeber is antropoloog en één van ‘s werelds bekender anarchistische auteurs. Hij was nogal betrokken bij de discussies die Occupy Wall Street hielpen vormgeven. Wat hij zegt, doet er toe in en om de linkse en radicale bewegingen. En het is best mooi om te zien dat zijn stem klinkt in de Guardian, een krant en website met uitstraling ver buiten die kringen.

Het stuk is absoluut lezenswaardig, maar qua strekking wel zeer problematisch. Hij bespreekt vooral de wijze waarop Koerden in het gebied Rojava, in het noorden van Syrië de verzwakking van Assads dictatuur hebben benut om er een direct-democratische, federatieve bestuursvorm op te zetten die anarchistische aspecten heeft, en waarin de inspiratie van de links- libertair theoreticus Murray Bookchin weerspiegeld wordt. Graeber heeft gelijk dat hij hier aandacht voor vraagt: waar gemeenschappen proberen zich in vrije verbondenheid te organiseren, loskomend van dictatuur en zich verwerend tegen jihadistische terreur, is zulke aandacht helemaal niet misplaatst. So far, so good.

Maar hij doet veel meer dan dat. Hij vergelijkt Rojava 2014 met Catalonië 1936, de Spaanse regio waar boeren en arbeiders met een opstand de staatsgreep van Franco bestreden en een aantal maanden lang een revolutionair zelfbestuur in boerendorpen, fabrieken en arbeidersbuurten op poten zetten. Dit alles was de culminatie van vijftig jaar anarchistische agitatie en activiteit. Het was een poging tot anti-autoritaire sociale revolutie waarin ettelijke miljoenen mensen betrokken waren. Uiteindelijk bezweek die – in de versie van Graeber althans – onder het geweld van Franco ‘s militairen en haar fascistische bondgenoten. Nu – zo stelt Graeber – dreigt een soortgelijk revolutionair-democratisch experiment op soortgelijke wijze verpletterd te worden door de Franco van vandaag, IS. En de ‘wereld’, inclusief links, kijkt toe terwijl de misdaad zich ontvouwt. Waarom?

De vergelijking tussen Barcelona destijds en Kobani – dat in dit revolutionair bestuurde Rojava ligt – nu is voor een deel logisch. Wel ben ik vooralsnog sceptischer dan Graeber over de diepgang van de libertair-linkse transformatie in Rojava. De gewapende kracht die de strijd daar voert is de PYD, een aan de PKK verbonden groep. Die PKK was lange tijd de gewapende afscheidingsbeweging van Koerden in het door de Turkse staat beheerste, maar overwegend door Koerden bewoonde oosten van Turkije. Haar politiek was lang keihard stalinistisch. Maar haar leider Ocalan zit een levenslange gevangenisstraf uit, en hij is daar in contact gekomen met het werk van de eerder genoemde Bookchin. Hij heeft daarop zijn opvattingen bijgesteld in links-libertaire richting, en het doel van de strijd wordt nu aangeduid, niet als een eigen staat, maar als democratisch confederalisme.

Hoe diep die bekering gaat, kan ik niet overzien, maar in een achtergrondartikel over de PKK op ROARMAG.org, probeert Rafael Taylor te laten zien dat de draai is ingebed in een bredere heroriëntatie van de organisatie. Ook neemt Ocalan afstand van zaken als ‘dogmatisme’ en betoont hij zich best zelfkritisch. Vergeef me als ik nog wat terughoudend ben met mijn applaus: de stalinistische erfenis staat bol van de leiders die ‘dogmatisme’ kritiseerden en ‘zelfkritiek’ leverden. Maar dat Koerdische activisten in Rojava en elders de nieuwe koers serieus nemen, is echter evident. Wat zij er van maken is misschien wel veel belangrijker dan de vraag hoe oprecht Ocalan wel of niet is.  Kritiekloze euforie is onzin, maar een cynische frontaal-afwijzende houding doet onrecht.

Ontwikkelingen in Syrisch Koerdistan gaven ruimte aan een nieuwe koers. Toen in Syrië in 2012 de opstanden tegen Assads regime op gang kwamen, ontstond er in het door Syrië beheerste deel van Koerdistan ruimte voor Koerdische initiatieven. Comité s en raden vanuit Koerdische gemeenschappen namen het bestuur in het gebied over, en vormen van democratische participatie kwamen op gang. Dit sloot aan bij het soort zelfbestuursvormen die in de Arabische Lente in een aantal landen opkwamen, met de zelfbestuurde pleinbezetting op Tahrir, met comité s en tijdelijke bestuursraden in Egypte en Lybië en elders. Wat er in Rojava gebeurde, paste in die trend en hing naar mijn idee dus niet puur en alleen af van het veranderde inzicht van de grote leider Ocalan.

De verspreiding van de nieuwe, radicaal-democratische koers door te citeren uit nieuw werk van Ocalan is echter wel een teken dat wijsheid nog steeds veel te veel van bovenaf wordt verwacht en ingebracht. Zolang ik op Koerdische manifestaties nog zo vaak het portret van Ocalan zie wapperen, vrees ik dat een anti-autoritaire dynamiek nog steeds verstrengeld is met een autoritaire, naar boven kijkende houding. En het is tekenend dat in “Democratic autonomy in Rojava”,  een lovende bespreking van de ontwikkelingen die te vinden is op een website die aan het gedachtegoed van Bookchin en geestverwante initiatieven in gewijd, het streven naar een vrijere, staatloze maatschappij extra nadruk krijgt door twee citaten die er worden uitgelicht. Beide citaten zijn van de grote aanvoerder! Dit is bijna fanclub-gedrag. Er is hier een stuk idolatrie, een stuk persoonsverheerlijking aan het werk die haaks staat op een anti-autoritair zelfbewustzijn. Het democratisch confederalisme is hier nog iets teveel een nieuw evangelie uit den hoge. Wat zou er gebeuren als Ocalan morgen een boek leest van een predikant van een Pinkstergemeente plus een Bijbel, daardoor gegrepen wordt en dat als nieuwe koers voor de Koerdische vrijheidsstrijd gaat propageren?

Ja, er is werkelijk iets gaande dat de aandacht van libertair links rechtvaardigt. Maar of de diepgang van de sociale revolutie in Spanje 1936-37 – decennia lang voorbereid door duizenden zelfbewuste anarchisten die argumenteerden, organiseerden, experimenteerden, rebelleerden en inspireerden tot een verregaande sociale revolutie – in Rojava ook aanwezig is, betwijfel ik. Het neemt niet weg dat de ontwikkeling een houding van sympathiserende verbondenheid waard is. Het artikel van Graeber kan deels als oproep voor zo ‘n verbondenheid gelezen worden, en die oproep onderschrijf ik wel, zij het dus niet zonder reserves.

Ik geloof namelijk niet dat het erg realistisch is om te verwachten dat de PKK in zo korte tijd zich van haar autoritaire, nationalistische en patriarchale erfenis kan hebben ontdaan. Daarvoor was er iets te veel mis. Rond Ocalan zijn bijvoorbeeld nogal wat verhalen in omloop over seksueel misbruik, en van zijn macho-houding maakt hij in minstens één interview nauwelijks een geheim. Over dit alles heeft een linkscommunistische stroming, de International Communist Current – in Nederland bekend als de Internationale Kommunistische Stroming -in 2013 een van redelijk uitvoerige bronvermeldingen voorzien artikel (1)  gepubliceerd. Of alles daaruit precies klopt, kan ik niet nagaan, en het zou niet voor het eerst zijn dat deze groepering zaken buiten elke proporties vervormt uit naam van een zuivere ‘proletarische’ lijn. Maar het stuk leest als iets dat we maar beter wel serieus kunnen nemen. Hoe dan ook, een beweging die zo opkijkt naar deze man, en waarin de PKK nog steeds zo prominent is, verdient wel enige afstand en scepsis, als we tenminste een nieuwe generatie gedesillusioneerde fans willen voorkomen.

Het feit dat de PKK langdurig een hoofdkwartier had in Syrië toen daar nog de rust van Assads politiestaat domineerde, laat ook zien dat de PKK deel uitmaakt van de wereld van staten en hun rivaliteiten, en niet wortelt in de wereld van autonome zelfbesturende strijd. Is het mogelijk voor zo ‘n beweging om van de ene wereld naar de andere over te stappen , zich van stalinistische militie tot vrijheidslievende organisatie om te vormen? Deze observaties en twijfel zijn echter geen ontkenning van het feit dát er experimentele, direct democratische bestuursvormen op gang zijn gebracht in Koerdische gemeenschappen in Rojava. Het is wel een pleidooi voor enige kritische waakzaamheid, juist ook ten aanzien van krachten waarmee we ons verbonden voelen.

Hoe dat allemaal ook zit, er speelt nog iets heel anders. Graeber baseert zijn pleidooi op steun aan de Koerden in Syrië in hoge mate op het revolutionair democratische karakter van hun strijd. Dat lijkt me eigenlijk niet nodig. De kern is veel eenvoudiger. Hier is een gemeenschap van mensen die door IS-aanvallers met onderwerping en massamoord worden bedreigd. Ze verdedigen zich daartegen met grote felheid. Die verdediging is terecht, ongeacht door welke ideale ze precies zijn bezield en met wat voor methoden het bestuur aldaar precies is geregeld.

Je kunt het wellicht vergelijken met een migrantenwijk waar een fascistische optocht doorheen trekt. Die buurt zou Schilderswijk kunnen heten, ik noem maar iets. De optocht kan georganiseerd zijn door Pro Patria, het zou zomaar kunnen, nietwaar? Mensen uit de wijk versperren de optrekkende fascisten en meelopers de weg. Zo vechten ze daadwerkelijk tegen racistische agressie. In zekere zin kunnen we Rojava zien als een hele grote Schilderswijk, en IS als een zwaarbewapende ultra-versie van Pro Patria. De Koerden hebben recht op onze solidariteit, niet vanwege hun opvattingen – al roepen hun anti-autoritaire werkwijzen wel extra sympathie op – maar vanwege het verweer dat ze genoodzaakt zijn te voeren tegen dreigende deportatie, onderwerping en moord. De vraag is niet of we solidair moeten zijn. De vraag is veel eerder hoe, en in wat voor bondgenootschap.

Noot (1), aangebracht 15 oktober, 21.16 uur, na reactie van alerte lezer: hier stond eerst een verkeerde link. Nu gecorrigeerd. Dank, lezer!

(wordt vervolgd)

Peter Storm

, , ,

  1. #1 by jan bervoets on 2014/10/17 - 13:00

    Intussen is met grote vertraging mijn artikel over Rojava verschenen in het blad Buiten de Orde 2014-2, dat zich nog afspeelt in het stralende voorjaar van dit jaar. Daarin stel ik dat de democratische beweging een autonome beweging is, waaraan Öcalan waarschijnlijk achteraf zijn fiat heeft gegeven. Ik ga daarop verder met gegevens die vanuit Rojava, de Turkse anarchistische beweging DAF en het internationaal corresponderende Koerdische Anarchistische Platform worden verspreid. Daaruit blijkt dat er een onderscheid is te maken tussen de revolutie en Rojava en heel wat tendenzen binnen de PKK die nog niet door hebben hoe Öcalan het licht heeft gezien. Vanuit die laatste hoek zijn tal van vrijwilligers naar het ‘bevrijde’ gebied in Koerdistan gekomen, en dat maakt de situatie problematisch voor de anarchistische zaak. Maar volgens mij is er in Rojava wel degelijk ruimte (geweest?) om over de perspectieven van een anarchistische maatschappij te speculeren.

Comments are closed.