Oekraïne: fascisme, antifascisme, ‘antifascisme’ (1): rechtse machtsgreep in Kiev


zondag 9 maart 2014

De gebeurtenissen in Oekraïne zorgen bij linkse en radicale mensen voor verwarring. Bijna iedereen ziet een gevaarlijke opkomst van fascisten in en om de nieuwe regering van het land. Bijna iedereen ter linker- en radicale zijde ziet dat VS en EU een naar spel spelen door dit soort rechtse krachten te steunen. Sommigen stellen dat er desondanks van een legitieme volksopstand sprake is die een soort van steun verdient. Anderen zien het land als volslagen in de greep van rechts. Sommigen gaan zo ver dat ze niet alleen de Russische interventie op de Krim goedkeuren, niet alleen hopen dat Russische troepen Oost-Oekraïne binnengaan om er iets soortgelijks te doen – maar zelfs naar Kiev optrekken om daar het fascisme te gaan verdrijven. Het lijkt me, om meer dan één reden, een nogal rampzalig idee. Maar eerst: hoe zit het met die fascistische machtsgreep in Oekraïne?

Laten we bij een willekeurig begin beginnen: november 2013. President Janoekovistj besloot toen vrij abrupt om een verdrag tussen EU en Oekraïne toch maar niet te sluiten. Dat leidde onmiddellijk tot protesten, en Euromaidan was geboren. Maidan was het plein waar veel van de acties plaatsvonden, Euro hoeft geen nadere uitleg. Het was voor linkse en radicale mensen in een land als Nederland nogal een merkwaardig schouwspel: demonstranten die een plein bezetten en vóór de EU zijn, en zelfs met EU-vlaggen zwaaien. De EU wiens kredieten-annex-bezuinigingen in Griekenland en Spanje aan een sociale catastrofe hebben bijgedragen. De EU die haar grenzen bewaakt door mensen in de Middellandse zee te laten verzuipen, en wie toch binnen weet te komen in kampen en gevangenissen stout om ze zo snel mogelijk te deporteren. Een reactionaire macht. Hoe kun je nu demonstranten gaan steunen die deze EU steunen?

Inderdaad, dat roepen om de EU wás merkwaardig. Maar het wordt verklaarbaar door te kijken wie de protesten op straat brachten. De acties kwamen uit twee hoeken. Er was de gevestigde oppositie van een drietal partijen: twee neoliberale pro-EU-partijen, en de fascistische Svoboda-partij. De neoliberalen – de partij van Klitsjko en de partij van de toen nog opgesloten oppositioeleidster Timosjenko – zagen de EU-connectie als een zakelijke kans: exporteren naar EU-staten, importeren uit die staten, hándel! Winst! Het soort zakenlieden waar deze partijen steun van vonden – doorgaans in het Westen van het land – richtte zich al op Midden- en West-Europa. Een EU-verdrag paste daarbij. Dat aan zo ‘n verdrag kredietverlening van het IMF gekoppeld zou zijn, dat die kredietverlening weer gepaard zou gaan met het gebruikelijke schrappen van subsidies en andere neoliberaal beleid, dat was niet hun probleem. Net zo min als de sloop van sociale zekerheid in Nederland een VVD-probleem is. Voor arbeiders dreigde met het EU-verdrag een catastrofe. Maar aan die catastrofe hadden neoliberale politici geen boodschap. Het motief van dit slag politici om de EU in huis te halen, was rechts, reactionair tot op het bot.

Maar tegelijk – en relatief onafhankelijk van deze partijen – gingen studenten actie voeren. Aanvankelijk waren er dan ook twee pleinen waar min of meer permanent actievoerders zich verzamelden. De studenten en hun medestanders hadden niet het soort business-redenen om pro-EU te zijn als de zakelijke elites achter de rechtse partijen. Toch waren ze fel pro-Europa. Voor deze mensen stond dat Europa van transparant beleid, voor democratie, welvaart, culturele vrijheden en dergelijke. Anders gezegd: Europa was voor deze mensen precies het tegenovergestelde van wat Oekraïne onder Janoekovitsj was: corrupt, onvrij, armoedig, benauwend. “Voor ons is Europa emotie”, zo citeert Trouw een Oekraïense filosoof. “Het is een ver gelegen ideaal waar we geloof aan hechten, een godin met wie we ons willen verenigen, en niet een reeks regels.” Jammer alleen dat de godin, als Oekraïne zich met haar heeft verenigd, haar reeks neoliberale regels wel degelijk ingevoerd w zal willen zien.

Europa functioneerde hier niet als concreet maatschappelijk streven, maar als mythe, ongeveer zoals de Sovjet-Unie in de jaren dertig bij grote delen van Westers links als mythe functioneerde. Mensen die in 1937 op de Communistische Partij stemden, deden dat niet omdat ze dol waren op dictatuur en strafkampen. Ze deden dat omdat ze de Sovjet-Unie zagen als land waar arbeiders waardigheid en sociale rechtvaardigheid genoten, en als bondgenoot tegen nazi-Duitsland. Wie in Kiev voor de EU demonstreerde, deed dat niet omdat ze gek waren op massaontslagen, bezuinigingen een grote hekken tegen immigranten. Ze deden dat omdat ze er een bolwerk van vrijheid, tolerantie en een niet-corrupt bestuur in zagen.

Als we dit zien, kunnen we tegelijk iets van verbondenheid erkennen met zulke demonstranten terwijl we op het misleidende, mythologische karakter van hun leuzen wijzen, zo goed als anarchisten en en andere antistalinistische radicalen in de jaren dertig ook arbeiders die fan van de Sovjet-Unie waren als bondgenoot in stakingen begroetten terwijl ze tegelijk de stalinistische illusies van zulke arbeiders op de korrel namen. Dit alles betekent dat de terechte vijandigheid die we jegens de neoliberale EU terecht koesteren, wel reden is om rechtse Oekraïense politici af te wijzen, maar geen valide reden om de hele protestbeweging – voor wie pro-EU een illusionaire formulering was van een in wezen legitiem verlangen naar vrijheid en rechtvaardigheid – af te schrijven als puur reactionair. Wat er op gang kwam in november, was dan ook een breed volksprotest met voornamelijk problematische, deels rechtse leuzen, maar tegelijk uiting van legitieme verlangens die sympathie verdienden,

Maar er was een derde factor, zoals er ook een derde oppositiepartij was: Svoboda, oftewel Vrijhed. Die partij stond zij aan zij met de twee neoliberale partijen in haar boosheid toen het EU-verdrag afketste. Dat was merkwaardig, want de partij was bepaald geen vriend van de EU waar ze een bolwerk van decadentie en onwenselijke vrijheden in zagen. Svoboda is een fascistische partij, die een tijdlang waarnemersstatus had in een bondgenootschap met andere uiterst rechtse groepen in Europa. Bij die bondgenoten zat een tijdje onder meer de Hongaarse Jobbik, een zeer onaangenaam gezelschap. Onaangenaam is Svoboda zelf ook. Zo onaangenaam dat ze uit dat bondgenootschap gezet werd nadat Jobbik Svoboda ook hatelijkheid jegens Hongaren verweet. Nu kon Svoboda op zoek naar weer andere bondgenoten, Nazi-bondgenoten. Dat is wel passend bij het profiel. Nog niet zo lang geleden heette Svoboda de Sociaal-Nationale Partij, en dit soort woordcombinatie hebben we eerder gezien. Antisemitisme, homohaat, rechts-autoritarisme, het is er allemaal.

Waarom deed deze bepaald niet Eurofiele partij mee aan Euromaidan? Dat zit in die derde factor die de EU voor veel mensen symbolisch belangrijk maakte: afkeer van Rusland, anti-Russisch nationalisme. Dit is een houding die wortelt in lange perioden van Russische nen ‘Sovjet’-overheersing van Oekraïne, met de terreur onder Stalin en de via gedwongen collectivisatie geforceerde, miljoenen mensenlevens kostende, hongersnood in de jaren dertig. Mensen zagen nauwere banden met de EU als tegenwicht tegen het wel erg dichtbije Rusland, dat bovendien bezig in om buurlanden waaronder Oekraïne in ene Euraziatische douane-unie samen te brengen. Ze zagen het afketsen van het EU-verdrag door Janoekovitsj als capitulatie voor Rusland. Dat was waarschijnlijk maar zeer gedeeltelijk goed gezien. Janoekovitsj stond onder druk van Rusland, dat ook met een tegenbod wapperde waar goedkoop gas deel van uitmaakte. Maar Janoekovitsj zal ook hebben gezien dat het neoliberale beleid dat via de EU in aangescherpte vorm Oekraïne binnen zou komen, een zodanige aantasting van de al armoedige levensstandaard van de brede onderkant zou betekenen, dat zijn positie gevaar zou lopen, en niet uitsluitend via de stembus. Angst voor protest heeft hem bewogen tot zijn besluit – dat zelf fel protest uitlokte, dat uiteindelijk slecht voor hem afliep.

Anti-Russisch nationalisme is wat de fascisten van Svoboda tot een opportunistisch pro-EU-beleid dreef. Dit nationalisme deelden ze met zeer veel mensen in de Westelijke helft van het land, en het gaf het volksverzet een anti-Russische, chauvinistische toon waar uiterst rechts wel bij voer. Svoboda zelf was niet supergroot, en veel Maidan-demonstranten wantrouwden alle partijpolitici, ook die van Svoboda. Maar ook onder veel mensen die van partijpolitiek weinig moesten hebben teelde het anti-Russische nationalisme welig. Organisaties die zich niet als partij profileerden, maar als actiegroepen, wisten er raad mee. Al snel deed de Rechtse Sector van zich spreken, een netwerk van fascistische, soms regelrecht nazistische, groepen en knokploegen. De radicalisering van het protest die mensen in stelling bracht tegen gevestigde oppositieleiders, leidde aldus naar steeds radicaler rechts. Het was een context waarin linkse en radicale stromingen erg veel moeite hadden om een inbreng in de protestbeweging te leveren. Rechtse intimidaties maakte dat keer op keer vrijwel onmogelijk. Een anarchist uit Kiev vertelde dat linksradicalen geslagen werden keer op keer, dat een tent van vakbondsmensen met messen werd vernield, feministen door Svoboda-activisten met ‘gas’ – pepperspray wellicht? Het artikel waar ik mij op baseer voor deze gegevens geeft geen uitsluitsel – werden aangevallen.

Tegen het beeld van het rechtse karakter van de volksopstand wordt ingebracht dat de feitelijke aanhang van neonazi s en fascistische groeperingen helemaal niet overweldigend groot was. Op zichzelf klopt dat, maar het zegt weinig over hun inbreng in impact. Svoboda behaalde in 2012 nog meer dan 10 procent van de stemmen. Maar peilingen gaven aan dat de steun voor de partij in februari teruggevallen was tot 5,6 procent, met slechts 3,8 procent die leider Tjachnibok steunden als mogelijk presidentskandidaat. Dit was – na twee maanden protest – geen spectaculaire doorbraak. En waar de paramilitaire vleugel van deze fascisten in december volop deelnam aan de strijd tegen de Berkut, de oproerpolitie, was haar houding bij soortgelijke botsingen in januari, veel minder consistent. En waar partijleden volgens een onderzoek zwabberde tussen 3,9 en 7,7 procent, waar het aantal demonstranten dat door politieke partijen op de been was gebracht i van iets meer dan 5 procent in december daalde naar minder dan 2 procent in januari, daar moet de rechtstreekse aanhang van Svoboda – slechts één van de drie ‘grote’ oppositiepartijen – nog veel kleiner zijn geweest. Dut materiaal ontleen ik aan een verhelderend achtergrondstuk over Svoboda, geschreven door Anton Shekhovtsov. Het kan best zijn dat de cijfers er wat naast zitten. Maar zelfs al verdubbelen we al deze statistieken, dan nog gaat het om een betrekkelijk kleine minderheid van mensen die onder regie van Svoboda aan de protesten deelnamen. Het waren niet de aantallen Svoboda-mensen die een aantal van haar mensen tot hoge posities in de nieuwe regering hebben gebracht.

De beperkte omvang van Svoboda zou pas geruststellend zijn als die partij alleen als leveranciers van demonstranten een rol speelde. Zo bescheiden is de club echter niet. Ze hielp een specifiek fascistisch geluid te verspreiden. Begin januari organiseerde ze bijvoorbeeld een herdenkingsoptocht voor Stepan Bandera, fascistenleider uit de jaren dertig en veertig, waaraan 15.000 mensen mee deden. Deze bandera leidde een partizanenleger dat tijdens de Tweede Wereldoorlog zij aan zij met Duitse nazi’s tegen Rusland vocht. Soms kregen Duitsland en de partizanen ruzie, en Bandera zat een tijdje gevangen nadat hij Oekraïne onafhankelijk had verklaard. Maar later werd de samenwerking hervat. De beweging die hij leidde – de Organisatie van Oekraïense Nationalisten, OePA – was antisemitisch, anti-Pools, anti- Hongaars, hielp actief mee met nazi-misdaden, en deed haar eigen fascistische ding. “In 1943, toen de Duitse bezetters zich uit Oekraïne terugtrokken, hielden OePA-milities flink huis in de West-Oekraïnse provincie Wolhynië. Systematisch werden Poolse dorpen uitgemoord. Tienduizenden Polen kwamen om, veelal vrouwen en kinderen”, lezen we in “Wie zijn de ‘fascisten ‘ uit West-Oekraïne?”,l een zinnig achtergrondstuk in Trouw. Dat is dus de erfenis van die Bandera die openlijk en massaal wordt herdacht. Met name het antisemitisme van OePA zien we bij Svoboda terug. Haar leider Tjachnibok omschrijft de steenrijke zakenlui waar Janoekovitsj op leunde als “Moskou-Joodse mafia”.

Svoboda is gevaarlijk, niet omdat ze getalsmatig overwicht heeft – dat heeft ze niet – maar omdat ze uiterst assertief een fascistische traditie cultiveert, daarvoor de ruimte krijgt en ook neemt. En het is niet de enige vorm van georganiseerd fascisme. De Rechtse Sector is een invloedrijke fascistische kracht, prominent in straatgevechten en barricadenwerk tijdens de opstand. In een situatie waarin protesten herhaaldelijk belaagd zijn door grof agressieve oproerpolitie is het organiseren van hardhandig tegenwicht daartegen iets waarmee de Rechtse Sector ongetwijfeld krediet won, ook bij mensen die haar ideologie niet deelden.

Het totale aantal georganiseerde nazi’s is niet zo heel groot: “het volledige mobilisatie-potentieel van fascisten uit heel Oekraïne is bij benadering 1000 tot 2000”, zo vertelt iemand van de Autonome Arbeidersbond AWU, een revolutionair-syndicalistische groepering in Kiev. Maar deze nazi ‘s vinden buiten eigen kring waardering. De ellende was dat bepaalde thema’s van fascisten – het felle nationalisme vooral – ver buiten de expliciet fascistische stromingen volstrekt dominant waren in de protestbeweging. Een antifascist in een interview gepubliceerd op 19 februari, vlak voor de val van Janoekovitst: “Er zijn veel Nationalisten hier, waaronder nazi’s. Ze komen uit de hele Oekraïne, en ze maken ongeveer 30 procent van de betogers uit.” Ook als het aantal een stuk lager lag – je leest heel verschillende schattingen – dan nog is hun impact onmiskenbaar. Tweeduizend is weinig als je het afzet tegen de meerdere honderdduizenden die op hoogtijdagen van het protest betoogden. Maar het aantal mensen dat permanent actie voerde, was veel en veel kleiner – en onder dát deel hadden georganiseerde fascisten een relatief veel groter aandeel. “Activisten berichten dat uiterst rechts een derde deel van de protesten uitmaakte, maar ze waren doorslaggevend in de confrontatioes met de politie, aldus Seumas Milne in de Guardian. Alweer: het gaat nu niet on de precieze getalsverhoudingen. Het gaat erom dat in de krachtsverhoudingen de fascisten bepaald geen randverschijnsel waren. Dit was geen opstand met wat fascisten aan de rand. Dit was een revolte vol rechtsheid en met een zeer aanzienlijke fascistische rol.

De verwarring wordt groter omdat er ook nogal wat zogeheten Nationaal Anarchisten actief waren. Dat zijn geen anarchisten, maar keiharde nationalisten die enkele organisatievormen hanteren die anarchistisch aandoen: decentrale structuren, directe harde actie. Qua ideologie zijn het zo ongeveer fascisten. Dit type nationalisten schermt ook met de figuur van Nestor Makhno, anarchistisch partizanenleider in de tijd van de Russische revolutie. Ze misvormen hem met terugwerkende kracht door hem tot een soort nationale onafhankelijkheidsstrijder neer te zetten.

We zagen dat er aanvankelijk twee protestbewegingen waren: de door partijpolitici gestuurde campagne, en een meer onafhankelijk protest. In de prille fase was er zelfs sprake van Occupy-inspiratie. Het eerste protest kreeg in het Westen de meeste aandacht. Dat droeg er aan bij dat linkse mensen, anti-neoliberaal en kritisch op de EU als we terecht zijn, dat min of meer onafhankelijke protest vrijwel over het hoofd zagen en dus te vaak niet meer zagen dan een rechts en pro-neoliberaal verschijnsel. In december werden echter de twee aparte plekken van samenkomst bij elkaar gevoegd en was het gedaan met de zelfstandigheid van de Occupy-achtige vleugel.

Politiegeweld tegen de demonstraties leidde tot een verandering in de strijd: het ging een stuk minder om de band et de EU, en een stuk meer om een strijd tegen politiegeweld, en tegen een op 16 januari snel gelanceerde wet die het demonstratierecht sterk inperkte. De woede verbreidde zich, en mensen eisten nu dat de president zelf weg moest. Met de groeiende omvang van de acties was het relatieve aandeel van fascisten kleiner geworden. Later leken de protesten te luwen, om weer op te leven toen het regime in wat een laatste reeks tegenaanvallen bleek, grof en dodelijk geweld hanteerde. Het feit dat onder de tientallen doden in de beslissende week van14 tot 21 februari ook de dood van een tiental politieagenten werd gemeld, illustreerde dat een deel van de actievoerders bewapend waren, en wisten hoe ze die moesten gebruiken. Ja, ik weet dat er inmiddels een bericht te de ronde doet dat eenzelfde scherpschutter zowel demonstranten als agenten hebben afgeknald, om het regime in een extra kwaad daglicht ter stellen en de val van Janoekovitsj te bespoedigen. Ik ben allerminst overtuigd, en Louis Proyect geeft daarvoor in een stukje debunking wat argumenten. Intussen ontkent de bron van de bewering dat ze de bewering heeft gedaan.

Terug naar de aanloop. De felheid van het protest, en de breedte ervan, maakte de positie van het bewind steeds moeilijker. Toch is het onjuist om van een algemene revolutionaire opstand te spreken. Berichten uit anarchistische kring, zoals het al aangehaalde interview met een revolutionaire syndicalist ter plekke, laten zien dat het vooral mensen waren uit de middenklasse, intellectuele, kleinere zakenlieden, studenten en dergelijke waren die actie voerden. Toen de acties groter werden, deden arbeiders ongetwijfeld in substantiële aantallen mee, maar op individuele basis, als burger tegen een regering, niet als proletariër tegen de klassenvijand waar die regering uitdrukking van is. Van een specifieke arbeidersinbreng, in de vorm van het stellen van looneisen of het organiseren van bedrijfsstakingen door groepen arbeiders, was geen sprake. Sterker: terwijl in de binnenstad van Kiev permanent actiegevoerd werd, en zo nu en dan stevig met de politie gevochten, ging het dagelijks leven elders gewoon door. Een serieuze revolutionaire omwenteling ziet er anders uit.

Toch was de druk van de straat – voor een groot deel dus rechtse druk – groot. Zo groot dat een overeenkomst die EU-politici ‘regelden’ tussen oppositie en bewind, onder druk van activisten binnen enkele uren bezweek. Nu liepen parlementariërs over van Janoekovitsj naar de oppositie, en er werd snel een nieuwe regering in elkaar geknutseld. De nieuwe president werd een partijgenoot van Timosjenko, die intussen was vrijgelaten terwijl het bewind verbrokkelde. Maar het nieuwe bewind bestond niet alleen uit mainstream rechts. Het bevatte leden van Svoboda en de Rechtse Sector op belangrijke posities. Er was duidelijk meer gebeurd dan simpelweg een fascistische staatsgreep. De gang van zaken is daar niet toe te reduceren. Maar een hard rechtse, deels fascistische machtsovername was wel degelijk wezenlijk onderdeel van de gebeurtenissen.

(wordt vervolgd)

Peter Storm

, , , , ,

Comments are closed.