Hoe het voorjaar wordt verdreven (2): Egypte, contrarevolutie in het zadel


maandag 26 augustus 2013

In Syrië dreigt meer oorlog, met een zwaardere Ameriakaanse en Westeuropese rol. Maar het is in zekere zin meer van hetzelfde, een verder afglijden van een al vrij akelige situatie. Van een echte trendbreuk van aanzwellende revolutie naar contrarevolutie is geen sprake. In Egypte zien we wel een nadrukkelijke en vrij abrupte wending on de ontwikkeling – een vrij snelle keer ten kwade. Met de verontrustend breed gesteunde staatsgreep van Sissi heeft de geüniformeerde contrarevolutie de wind fors in de zeilen.

De jacht op de Moslim Broederschap gaat door. Kopstukken zijn opgepakt, maar zij niet alleen: “Volgens veiligheidsbronnen zijn minstens 2.000 leden van de Broederschap gearresteerd sinds 14 augustus“, aldus Aljazeera. Leidende figuren worden beschuldigd van zaken als “het aanzetten tot geweld, verstoring van de openbare vrede en het bezit van wapens”. Ernstige zaken, waarvan Egyptische militairen en veiligheidstroepen evenzeer kunnen worden beschuldigd. Maar ja, precies die veiligheidstroepen verrichten de aanhoudingen. Het is de ene, beter bewapende bende tegen de andere, die overwinnaarsrechtspraak doordrijft.  De nieuwe machthebbers overwegen zelfs een verbod van de Broederschap . Dit komt na aanhoudende bloedbaden die de nieuwe machthebbers tegen aanhangers van Broederschap en Morsi aanrichtten, aanvallen van soms lichtbewapende activisten, maar heel vaak ongewapende demonstranten door veiligheidstroepen, met inzet van bulldozers, traangas en scherp, dodelijk geweervoer. Het aantal doden is inmiddels hoger dan het aantal doden tijdens de opstand tegen Mubarak.

Sprekend over Mubarak: zijn vrijlating uit de gevangenis – dat huisarrest dat hij nu krijgt lijkt vooral ter eigen bescherming – is van een wel heel wrange symboliek. Sissi en zijn junta treden, met hun gewelddadige onderdrukking van de Moslim Broederschap nadrukkelijk in de voetsporen van Mubarak. Zijn vrijlating versterkt het beeld dat we niet alleen een contrarevolutionaire wending zien, maar een daadwerkelijke restauratie van het militaire bewind. Het benoemen van een hele reeks militairen als gouverneurs van provincies past in dat beeld. Sissi probeert duidelijk voor Nasser te spelen, maar met een groot verschil. Nasser leidde vanaf 1952 tot 1970 Egypte op basis van een beleid waarin een sterke, militair-bureaucratische staat een industrie opbouwde en ook wat maatregelen ten gunste van de bevolking nam. De mensen moesten hun kop houden, maar kregen er een iets beter bestaan voor terug. Zo kwam er een soort landhervorming tegen het grootgrondbezit.

Onder Sissi geldt vooral het eerste: gehoorzaam aan het werk allemaal. Maar daar staan zelfs geen fooien van bovenaf meer tegenover. Het bestaan voor arbeiders en boeren wordt slechter, niet beter. De neoliberale koers die Sadat, Nassers opvolger, in de jaren zeventig inzette en die door Mubarak ruimte kreeg, werd onder Morsi voortgezet maar dan in omstandigheden waarin arbeiders met stakingen en via de opstand tegen Mubarak ruimte hadden bevochten om zich tegen gevolgen ervan te weren. Morsi probeerde daar overigens een eind aan te maken met repressie, maar slaagde daar niet in. Het nieuwe bewind gaat daarmee door, maar grover en over een breder front. Sissi ‘s harde optreden tegen de protesten van de Broederschap werden voorafgegaan door een aanval op een sit-in van stakende metaalarbeiders in Suez. In Morsi treft Sissi een rivaal binnen de elite. In de metaalstakers treft Sissi een kracht die botst met elke vorm van elitepolitiek, militair of Broederschappelijk: opstandige arbeiders die vechten voor betere levensomstandigheden.

De repressie tegen de pro-Morsi-demonstranten, tegen de mensen van de Broederschap die op grote schaal worden opgepakt, tegen het recht van de Broederschap op bovengronds te bestaan, is verwerpelijk. De politiek van de Broederschap, en de strategie die ze tegen de repressie inzet, is niet minder verwerpelijk. Morsi en zijn medestanders zetten toen hij president was de vorming van een nieuwe grondwet naar Islamistische hand. Hij probeerde hetzelfde met de rechterlijke macht door de pensioenleeftijd van rechters te verlagen zodat hij eerder sympathisanten als rechter kon benoemen als opvulling van opengevallen plaatsen. Hij behielp zich met een parlement waarvan het lagerhuis eerder was ontbonden en het hogerhuis op zijn hand was. Juan Cole noemde Morsi ‘s optreden “coup in slow motion” en stelde: “Hij was een éénpartijstaat aan het bouwen”. Daar zit veel in. Mensen zagen dat niet zitten, en ze hadden daarin groot gelijk. Vandaar de grote protesten van 30 juni en de dagen erna. Hoe vermengd die ook waren met pro-militaire sentimenten en hoe bruikbaar ze ook waren voor de militaire leiding, de afkeer van Morsi en zijn machtsambities die erin tot uiting kwam, die afkeer – voor zover ze gedreven werd door verlangens naar vrijheid en sociale rechtvaardigheid, en niet door eveneens aanwezige hang naar oude Mubarak-tijden – was gezond.

Morsi was gekozen met een krappe meerderheid van uitgebrachte stemmen, in een situatie waarin de tegenkandidaat al te opzichtige banden met het Mubarak-bewind had. Veel mensen stemden voor hem, niet uit enthousiasme maar uit afkeer van het openlijk contrarevolutionaire alternatief. Het was weliswaar verkeerd om vanuit die logica van het kleinere kwaad voor Morsi te kiezen, maar dat is nu het punt even niet. Punt is dat veel van de steun voor Morsi niet gelezen kan worden als steun voor wat Morsi vervolgens is gaan doen: regeren alsof het land zijn persoonlijke eigendom was en alsof er geen oppositie bestond. “Democratisch mandaat’ betekende bij hem wel erg duidelijk: meerderheidsdictatuur – waarbij die meerderheid ook maar zeer betrekkelijk was ook. Protesten liet hij neerslaan met behulp van veiligheidstroepen. De haat die Morsi en de Broederschap tegenkomen, hebben ze voor een heel groot deel aan zichzelf en hun beleid te wijten. Je kunt van mensen die een jaar lang geterroriseerd zijn door Morsi en Broederschap, niet verwachten dat ze nu heel begaan zijn met diezelfde Morsi en Broederschap nu die het slachtoffer zijn van dezelfde veiligheidstroepen die ze nog maar kortgeleden op tegenstanders loslieten.

Ieder idee dat de strijd tegen de huidige militaire junta in het teken moet staan van het terugbrengen van Morsi als president, is een gevaarlijke absurditeit. Het is juist omdat zoveel mensen in hun terechte afwijzing van diens presidentschap ten onrechte geen andere keus meenden te zien dan hulp zoeken bij het leger, dat Egypte nu met Sissi en zijn junta zit opgescheept. Degenen die nu roepen dat Morsi terug moet komen, gaan daarmee dwars in tegen de rechtmatige volkswoede zoals die rond 30 juni tot uiting kwam. Zij promoten daarmee religieus autoritarisme tegen het dominante militaire autoritarisme. Die weg loopt misschien niet meteen dood, maar gaat wel over lijken.

De strategie die de Broederschap tegen de staatsgreep hanteert laat ook zien hoe verwerpelijk haar politiek is. De sit-ins moesten een beeld scheppen van vreedzaam verzet tegen de militairen. Maar de woede van de Broederschap wegens het schoonvegen van de sit-ins richtte zich nauwelijks tegen de veiligheidstroepen. Feitelijk behandelde de Broederschap de sit-inners als kanonnenvoer, als mooie martelaren waarmee ze krediet kon herwinnen als heldhaftig slachtoffer van de militaire machthebbers. Geen misverstand: het zijn de veiligheidstroepen die sit-inners afmaakten. Maar het zijn Broederschap-leiders die de sit-inners cynisch opofferden aan de repressie. In een situatie waarin de militairen op bloed uit waren en heel veel mensen een diepe afkeer van de Broederschap koesteren, scoor je bepaald niet met deze tactiek.

Intussen kwam de woede van islamisten op nog andere manier tot uiting: in een reeks aanvallen op Koptische kerken en faciliteiten.Voorwendsel was de officiële opstelling van de leiding van de Koptische Kerk, een opstelling waarmee ze de staatsgreep steunde. Maar de aanvallen richtten zich op de Koptische gemeenschap als zodanig, in een uitbarsting van religieus gemotiveerde haat tegen een hele bevolkingsgroep. Kopten hadden onder Morsi al veel last van soortgelijk geweld. Dat is geen valide reden om dan maar de militairen te steunen, en vanuit militaire hoek kwam trouwens weinig bescherming tegen anti-Koptisch geweld. Ook nu hoor je hetzelfde klacht in Koptische kring: gewapende bendes vallen aan, en de politie is in geen velden of wegen te bekennen. Staatsmacht enerzijds, Broederschap en geestverwanten anderzijds, hebben kennelijk beiden belang bij dit type geweld. De staat kan ermee illustreren hoe eng de Broederschap is. Islamisten kunnen er een militant imago mee opbouwen, een imago van vrome islamitische onverzettelijkheid tegen vreemde elementen. Wie de pro-Morsi-protesten nu voornamelijk ophemelt als strijd tegen staatsgreep en dictatuur, miskent deze reactionaire pogromistische dynamiek. Als de Broederschap er in zou slagen door middel van straatprotest en opstand de junta te verdrijven, dan is dat geen einde van de dictatuur. Dan is dat de vervanging van de ene dictatuur door een andere, in geen enkel opzicht betere dictatuur.

Overigens is die kans klein. De Broederschap heeft wapens, en zou samenwerking kunnen zoeken met nog wat hardere jihadistische gewapende netwerken. De Broederschap heeft een substantiële aanhang, als is ze tijdens het presidentschap van Morsi heel veel aanvankelijke sympathie kwijt geraakt. Maar met de betrekkelijk lichte wapens die ze heeft, en de minderheid van de bevolking die achter haar staat, is ze niet opgewassen tegen een tot de tanden bewapende Egyptische staat. Die staat, en de junta die haar leidt, parasiteert op legitiem anti-Broederschapssentiment, en misbruikt dat voor haar eigen project. In dat project is de Broederschap een obstakel binnen de elite, die de corrupte verwevenheid van militair apparaat en economische belangen misschien een beetje doorkruist. Maar het project beoogt vooral het verpletteren van wat er over is van de Egyptische revolutie.

De aanval op de sit-ins vond vermoedelijk niet enkel plaats omdat die door de Broederschap werden georganiseerd. De aanval vond waarschijnlijk ook plaats omdat het sit-ins betrof, een ontregelende vorm van straatprotest die sinds de val van Mubarak schering en inslag werd waar arbeiders bijvoorbeeld het aftreden van een corrupte pro-Mubarak-directeuren in allerlei instellingen en bedrijven trachtten af te dwingen. Het zou me niets verbazen als de nieuwe/ oude militaire machthebbers het demonstratierecht weer terug willen brengen naar de proporties uit het Mubarak-tijdvak: een paar honderd betogers stilstaand op de stoep, ingesloten door minstens net zo veel veiligheidsagenten. Zodra betogers daadwerkelijk een optocht beginnen, meteen klappen en arrestaties. Eigenlijk vrijwel het model zoals 1 mei-demonstranten in Utrecht en Amsterdam in  2011 en 2012 dat ook hebben ervaren, maar dat terzijde. In Egypte kon de afgelopen jaren veel meer, en precies die verworvenheid van de revolutie loopt groot gevaar. Dát – en niet één of andere sympathie voor de Broederschap of steun aan Morsi ‘s “legitimiteit” – is hoofdreden om de militaire aanval op de Broederschap-protesten fel te hekelen en te verwerpen.

Het gaat om de vrijheid van protest, verzet en actie zélf. Die was onder Mubarak minimaal. Die was de belangrijkste revolutionaire verworvenheid van de afgelopen paar jaar. Die dreigt onder Sissi wederom minimaal te worden. De cirkel is vrijwel rond. De Egyptische revolutie lijdt met dit alles een zware, mogelijk langdurig beslissende, nederlaag.

Peter Storm

, , ,

Comments are closed.